eEvidence: hoe bereidt jouw organisatie zich voor?

In 2026 wordt eEvidence van kracht in Europese lidstaten. Deze verordening en bijbehorende richtlijn, die wordt geïmplementeerd in nationale wetgeving, maken het mogelijk dat bevoegde autoriteiten van EU-lidstaten straks rechtstreeks toegang tot elektronisch bewijsmateriaal (e-evidence) kunnen opvragen aan aanbieders van digitale diensten in die lidstaten. Het gaat hierbij om lawful disclosure (LD): het bewaren of verstrekken van gegevens zoals abonnee- of verkeersgegevens. eEvidence is niet bedoeld voor het ‘live’ tappen van data of communicatie (lawful interception).

NBIP heeft 25 jaar ervaring met de ondersteuning van aanbieders bij het voldoen aan LD- en LI-vorderingen en andere justitiële bevelen. Om aanbieders van digitale diensten in staat te stellen zich goed voor te bereiden op de implementatie van eEvidence, gaan we in dit artikel dieper in op wat zij kunnen verwachten en hoe zij aan de wetgeving kunnen voldoen.

Over dit artikel en de huidige stand van zaken

In dit artikel lees je meer over wat eEvidence is en voor wie het is bedoeld. We gaan in op naleving en lichten enkele belangrijke stappen uit.

Vervolgens gaan we in op de stand van zaken specifiek voor Nederland, omdat de implementatie in Nederland vertraging heeft opgelopen, zowel technisch als in het wetgevingsproces.

Dit artikel wordt regelmatig bijgewerkt. De laatste update was op 9 juli 2026. De belangrijkste nieuwigheden sinds de vorige update zijn hieronder opgesomd:

  • Nederland haalt, net als veel aantal andere Europese lidstaten, de implementatiedeadline niet en is op 18 augustus 2026 niet klaar voor uitvoering. De verwachting is dat Nederland in het eerste trimester van 2027 volledig kan voldoen aan het eEvidence pakket.
  • Hoewel het Europese registratieportaal waar aanbieders zich verplicht moeten registreren al beschikbaar is, kunnen aanbieders gevestigd in Nederland, of met een wettelijk vertegenwoordiger in Nederland, deze registratie nog niet afronden zolang het wetgevingsproces niet is afgerond. Het portaal is toegankelijk via https://webgate.ec.europa.eu/cdb-sp-reg/home (je hebt hier een EU account voor nodig, als je die niet hebt dan kun je er via deze link een aanmaken).
  • Nederlandse aanbieders kunnen wel al met bevelen onder eEvidence te maken krijgen vanuit lidstaten die de implementatie al hebben doorlopen. Voor afhandeling worden bestaande mechanismen voor rechtshulp gebruikt.
  • De Nederlandse toezichthouder (ACM) zal niet handhaven zolang aanbieders zich niet hebben kunnen voorbereiden vanwege redenen die buiten hun macht liggen, zoals het niet (tijdig) beschikbaar zijn van technische specificaties.

Waarom eEvidence?

Volgens de Europese Commissie wordt inmiddels bij meer dan de helft van alle strafrechtelijke onderzoeken het verzoek ingediend door instanties om elektronisch bewijs (‘e-evidence’) te verkrijgen. Denk hierbij aan e-mails, chatberichten en accountinformatie en abonneegegevens.

Het verkrijgen van deze gegevens is echter volgens de Europese Commissie een langdurig juridisch proces als deze gegevens staan opgeslagen op servers die zich in andere Europese landen bevinden dan waar de vorderende justitiële autoriteit zich bevindt. Daarom heeft de Europese Commissie twee nieuwe regels voorgesteld onder de noemer van eEvidence. Met eEvidence kunnen lidstaten straks rechtstreeks toegang tot elektronisch bewijsmateriaal opvragen aan aanbieders die diensten in Europese lidstaten aanbieden.

Wat houdt eEvidence in?

Het eEvidence pakket bestaat uit een verordening en een richtlijn. De verordening werkt rechtstreeks, dat wil zeggen dat deze niet wordt omgezet of aangevuld met nationale wetgeving maar rechtstreeks in de lidstaten van kracht wordt. Dit gebeurt op 18 augustus 2026. De richtlijn wordt wel omgezet in nationale wetgeving, om bijvoorbeeld het toezicht te regelen.

De verordening en de richtlijn regelen de volgende zaken:

Verordening

Binnen de verordening is de juridische basis vastgelegd voor het feit dat bevoegde instanties toegang krijgen tot de opgeslagen gegevens binnen een lidstaat. Dit valt onder het verstrekkingsbevel. Hierin staat ook dat aanbieders binnen 10 dagen, of in dringende gevallen binnen 8 uur, antwoorden moeten verstrekken. Op dit moment geldt hier nog een tijdsduur voor van 120 dagen bij een verstrekkingsbevel en bij de procedure voor wederzijdse rechtshulp geldt een periode van tien maanden.

Met het bewaringsbevel wordt voorkomen dat een aanbieder elektronisch bewijsmateriaal wist terwijl het verstrekkingsbevel nog in behandeling is.

Richtlijn

Volgens de richtlijn moeten aanbieders die niet in de Europese Unie zijn gevestigd maar hier wel diensten aanbieden, een wettelijke vertegenwoordiger aanwijzen in een lidstaat. Deze vertegenwoordiger is verantwoordelijk voor de ontvangst, de naleving en de uitvoering van bevelen en beslissingen die te maken hebben met eEvidence.

Voor wie gaat eEvidence gelden?

Onder de richtlijn en verordening vallen aanbieders van:

  • elektronische communicatiediensten
  • internetdomeinnamen en IP-nummering
  • communicatie-, opslag- en verwerkingsdiensten

Als aanbieder die valt onder eEvidence dien je geregistreerd te staan bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De ACM geldt als toezichthouder van eEvidence en ziet erop toe dat bedrijven zich tijdig inschrijven in de database van de Europese Commissie. Wanneer dit niet wordt gedaan, kan de ACM het bestuursrecht toepassen om te handhaven wanneer bedrijven zich niet (tijdig) inschrijven of hun gegevens niet up-to-date houden.

Wat wordt er van mij als aanbieder verwacht?

Alle dienstaanbieders die online diensten in de EU aanbieden, moeten zich in principe uiterlijk vóór 18 augustus 2026 registreren zodat bevelen goed kunnen worden afgeleverd. Het registratieplatform van de Europese Commissie is sinds het voorjaar van 2026 operationeel: aanmelden voor registratie kan dus al. Het registratieproces kan in Nederland echter nog niet volledig worden afgerond zolang de uitvoeringswet niet in werking is getreden. Het kabinet bekijkt of het registratieproces vooruitlopend op de inwerkingtreding toch doorgang kan vinden.

Voor de registratie op het platform dient jouw organisatie het ‘Notification Form’ in te vullen. In het formulier wordt aangegeven:

  • wie binnen je organisatie juridisch aanspreekpunt is binnen de EU,
  • welke specifieke diensten en bijbehorende data je levert,
  • in welke talen je organisatie kan worden benaderd,
  • en via welke technische route justitiële verzoeken worden afgehandeld.

Proces voor verplichte registratie

  1. Webadres bekend — Het registratieportaal van de Europese Commissie is sinds het voorjaar van 2026 operationeel. Het portaal is toegankelijk via https://webgate.ec.europa.eu/cdb-sp-reg/home (je hebt hier een EU account voor nodig, als je die niet hebt dan kun je er via deze link een aanmaken).
  2. EU-login aanmaken — Het bedrijf gaat naar het portaal en maakt eerst een EU-login aan als het die nog niet heeft. Hoogstwaarschijnlijk moet je hiervoor eHerkenning gebruiken (EH4).
  3. Gegevens in formulier invullen — Het bedrijf vult in het portaal de verplichte gegevens in (vestiging/vertegenwoordiger, contactgegevens, talen, bevoegdheden en middelen). Extra informatie mag vrijwillig worden toegevoegd.
  4. Gegevens naar toezichthouder — Het portaal stuurt de aanvraag door naar de toezichthouder van het gekozen land. Let op: Dit is in Nederland nog niet gereed, waardoor de volgende stappen ook nog niet kunnen worden doorlopen.
  5. Controle door toezichthouder — De toezichthouder controleert de gegevens, zoals bijvoorbeeld het KvK-nummer.
  6. Validatie — De toezichthouder geeft in het portaal aan of de aanvraag is goedgekeurd.
  7. Bevestiging — Bij goedkeuring krijgen zowel het bedrijf als de toezichthouder een bevestiging van de registratie.
  8. Opname in EU-overzicht — De gegevens worden opgenomen in het overzicht van het Europees justitieel netwerk en verwerkt in de EU Court Database, zodat bevelen correct kunnen worden afgeleverd.

Europese verstrekkingsbevelen

Voor sommige Europese verstrekkingsbevelen voor het aanleveren van verkeers- of inhoudelijke gegevens ontvangen de autoriteiten in de lidstaat van de aangewezen vestiging of wettelijke vertegenwoordiger (tenuitvoerleggingsautoriteiten) van de aanbieder het bevel tegelijkertijd met de aanbieder. Zij kunnen een bevel echter weigeren op de volgende gronden:

  • De gevraagde gegevens worden beschermd door immuniteiten of voorrechten of vallen onder regels over de vaststelling of beperking van strafrechtelijke aansprakelijkheid die betrekking hebben op de persvrijheid of de vrijheid van meningsuiting die worden toegepast in de lidstaat waar aanbieder is gevestigd.
  • Het bevel:
    • zou kunnen leiden tot een kennelijke schending van de grondrechten van de persoon van wie de gegevens worden opgevraagd;
    • is in strijd met het beginsel dat een persoon niet opnieuw in een strafrechtelijke procedure kan worden berecht voor een strafbaar feit waarvoor die persoon binnen de EU reeds definitief is vrijgesproken of veroordeeld.
  • Het feit dat in het bevel wordt genoemd, is niet strafbaar in de tenuitvoerleggingsstaat. Deze grond geldt niet voor de lijstfeiten van bijlage IV bij de verordening waarop in de uitvaardigende staat een maximumstraf van ten minste drie jaar gevangenisstraf staat.

Mocht een aanbieder géén gehoor geven aan een bevel, dan kunnen sancties volgen langs twee sporen. De niet-naleving van een verstrekkings- of bewaringsbevel zelf wordt gesanctioneerd op grond van de verordening en in Nederland uitgevoerd door de officier van justitie; deze geldboetes kunnen oplopen tot 2% van de totale wereldwijde jaaromzet van de aanbieder.

Daarnaast houdt de ACM bestuursrechtelijk toezicht op de verplichtingen uit de uitvoeringswet, zoals de aanwijzing van een geadresseerde en de registratie. De ACM werkt daarbij signaalgedreven en kan een last onder dwangsom of bestuurlijke boete opleggen tot het bedrag van de zesde categorie (artikel 23, vierde lid, Wetboek van Strafrecht) of, indien dat meer is, tien procent van de jaaromzet in het voorafgaande boekjaar.

Hoe ziet eEvidence in de praktijk eruit?

In Europa wordt een platform ontwikkeld, waarbij er in iedere Europese lidstaat een aansluitpunt is voor toegang, verzenden en ontvangen van verzoeken. Het platform wordt door zowel de aanvrager als de verstrekker gebruikt. Voor Nederland geldt dat de Europese reference implementation software wordt gebruikt (zie hieronder).

Hierbij is het belangrijk te vermelden dat er géén Europese opslag van gegevens komt. Er komen nationale aansluitpunten voor overheid en dienstenaanbieders.

De legitimiteit van bevoegde instanties is gewaarborgd op de volgende punten:

  • In het IT-systeem wordt informatie per lidstaat gespecificeerd en er wordt voor elektronische ondertekening gezorgd.
  • Een eEvidence bevel kan alléén via het Nederlandse nationale aansluitpunt aan de aanbieder worden verstuurd.
  •  

De termijn van het verstrekkingsbevel

Zoals eerder beschreven moeten aanbieders binnen 10 dagen, of in dringende gevallen binnen 8 uur, antwoorden verstrekken. Let op: feest-, zater- en zondagen zijn inbegrepen in deze tien dagen. Mocht de termijn van het bevel echter aflopen op een van deze dagen, dan geldt in dat geval het einde van de daaropvolgende werkdag (23:59 uur).

Stand van zaken wetgevingsproces: eEvidence uitvoeringswet in Tweede Kamer

Op 19 maart 2026 stond het wetsvoorstel ‘Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal‘ (eEvidence) op de agenda van de vaste commissie Justitie & Veiligheid van Tweede Kamer. Op 10 april 2026 heeft de Tweede Kamer het verslag uitgebracht, met schriftelijke vragen van de fracties van D66, VVD, GroenLinks-PvdA en CDA. Op 26 mei 2026 heeft minister van Weel (Justitie & Veiligheid) de nota naar aanleiding van het verslag aan de Tweede Kamer aangeboden, samen met een nota van wijziging die de aanmeldverplichting voor dienstaanbieders koppelt aan de datum van inwerkingtreding van de wet. De plenaire behandeling van het wetsvoorstel moet nog plaatsvinden. De minister heeft aangegeven dat de uitvoeringswet na parlementaire goedkeuring pas in werking treedt wanneer dat technisch en organisatorisch verantwoord is: eerst wordt beoordeeld of het IT-systeem gereed is en of dienstaanbieders voldoende voorbereidingstijd hebben gehad. Het ministerie van Justitie & Veiligheid verwacht dat de implementatie van eEvidence in het eerste trimester van 2027 is afgerond.

Er is dus sprake van een vertraging bij de implementatie, maar omdat het om Europese wetgeving gaat, kunnen aanbieders wel al met bevelen onder het eEvidence regime te maken gaan krijgen vanaf 18 augustus 2026.

Richtlijndeadline gemist, verordening geldt hoe dan ook vanaf 18 augustus 2026

Nederland heeft de deadline voor het implementeren van de eEvidence-richtlijn (18 februari 2026) niet gehaald. Uit informele overleggen in EU-verband blijkt dat meerdere lidstaten die deadline evenmin hebben gehaald, en de verwachting is dat met Nederland enkele andere lidstaten ook 18 augustus 2026 niet halen. De Europese Commissie gaat ervan uit dat in het najaar een groep van vijf à zes lidstaten klaar zal zijn en dat andere landen gaandeweg aansluiten. Van Nederlandse zijde is aangegeven dat zo’n gefaseerde invoering moeilijk werkbaar en uitvoerbaar is; hierover loopt nader overleg met de Commissie. Belangrijk voor aanbieders: de verordening wordt hoe dan ook op 18 augustus 2026 rechtstreeks van toepassing.

IT-systeem: voorlopig de Europese ‘reference implementation software’

Voor de communicatie over eEvidence-bevelen schrijft de verordening een gedecentraliseerd Europees IT-systeem voor. Hoewel Nederland eerst voornemens was een eigen IT-systeem te ontwikkelen, werd onder meer tijdens de NBIP kennissessie over eEvidence op 22 april 2026 meegedeeld dat dit niet meer haalbaar is. Daarom is ervoor gekozen de reference implementation software van de Europese Commissie te gebruiken. Een productieversie daarvan was aangekondigd voor mei 2026, maar was ten tijde van de nota nog niet beschikbaar. Brancheorganisatie NLconnect heeft aangegeven dat deze software niet aan alle Nederlandse standaarden voor dit soort gegevensdeling voldoet, met name op het punt van cybersecurity en de verhouding tot de Cyberbeveiligingswet. De minister herkent deze zorgen op onderdelen maar de Europese Commissie ziet de gesignaleerde strijdigheid niet. Voor de fysieke aansluiting wordt e-Codex gebruikt.

Handhaving: niet zolang aanbieders zich niet kunnen voorbereiden

Zolang de uitvoeringswet niet in werking is getreden, is er voor toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) geen juridische basis voor toezicht en handhaving op eEvidence. Daarnaast heeft de minister de ACM meegegeven dat omstandigheden die niet aan de bedrijven zijn toe te rekenen, waaronder het later beschikbaar komen van de noodzakelijke specificaties en software, niet tot boetes zouden moeten leiden zolang aanbieders zich niet hebben kunnen voorbereiden.

Wanneer wordt eEvidence van kracht?

Binnen Nederland is het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) verantwoordelijk voor de technische en juridische implementatie. Belangrijk om te vermelden is dat eEvidence per 18 augustus 2026 binnen de Europese Unie geldt. Vanaf dat moment kunnen Nederlandse aanbieders van een openbare elektronische communicatiedienst of -netwerk ook direct verzoeken krijgen van bevoegde Europese autoriteiten om opgevraagde gegevens te delen. Let op: doordat het Nederlandse portaal en de bijbehorende software vertraagd zijn, kunnen aanbieders hun processen nog niet volledig inrichten. De minister heeft aangegeven dat handhaving niet aan de orde kan zijn zolang aanbieders zich niet hebben kunnen voorbereiden (zie hierboven).

Wat is de rol voor NBIP?

Voor veel organisaties kan het verwerken van vorderingen een financiële en organisatorische belasting zijn die niet altijd goed te dragen is. NBIP heeft een loket voor vorderingen en bevelen (Tapdienst) waarmee zij voor aangesloten deelnemers dit soort verplichtingen uit handen neemt. Al meer dan 25 jaar helpt NBIP deelnemers helpt bij het ontvangen, controleren en verwerken van vorderingen en bevelen. Het team heeft ruime expertise in huis om straks ook eEvidence-bevelen te behandelen voor deelnemers. In de eEvidence-verordening is vastgelegd dat kleine en middelgrote bedrijven mogen samenwerken (“poolen”) om aan de verplichtingen te voldoen. Deelname aan een collectief loket zoals NBIP die biedt, sluit daarop aan. Zo kunnen we ook de verplichtingen die eEvidence met zich meebrengt gemeenschappelijk het hoofd bieden.

Wil je meer informatie of je abonneren op onze nieuwsbrief?

‘Platform- en leveranciers onafhankelijke Cloud met Haven’

Donderdag 27 november – 13:50 – 14:30 uur

Haven is een open oplossing voor platform- en leveranciersonafhankelijke Cloud diensten. Haven is een bouwsteen van het pGDI en de NDS. Haven biedt agnostische inrichting van Cloud technologie en biedt organisaties een uitvoerbaar exit plan. 

Verwacht een bevlogen verhaal over de praktijk van ecosysteem gestuurd samenwerken waarbij we de kracht van digitalisering inzetten voor het maatschappelijk belang. 

Highlights 

  • Haven+
  • Ecosysteem gestuurd samenwerken
  • Platform- en leveranciersonafhankelijke Cloud diensten
  • Data Soevereiniteit


Over Jacco Brouwer

Jacco Brouwer is werkzaam voor de Vereniging Nederlandse Gemeenten als beleidscoördinator Cloud en behartigt de gemeentelijke belangen in het NDS uitvoeringsprogramma op Cloud. Vanuit het Kenniscentrum Innovatie bij VNG is Jacco de initiatiefnemer van de publieke Incubator GROEI waarmee VNG gemeentelijke samenwerking en innovaties vanuit een startup filosofie begeleiden bij de opschaling naar breed en collectief gebruik onder gemeenten en collega overheden. 

Jacqueline van de Werken is bijna 10 jaar actief als global general counsel bij Leaseweb, na een loopbaan in de advocatuur en actief te zijn geweest in legal & regulatory affairs bij buitenlandse telecom/ datacom aanbieders.

Sinds enige tijd is Jacqueline ook board member & secretaris van brancheorganisatie Dutch Cloud Community. Als president/chair bij Cloud Infrastructure Service Providers Europe richt ze zich ook op het behartigen van regulatory belangen van de IAAS cloud sector.

Woensdag 26 november 

Van vrijwillig naar verplicht: de nieuwe werkelijkheid van regelgeving voor providers

Interactieve sessie

11:15 – 12:00 uur

Ir. Bas Dunnebier EngD

Bas Dunnebier is Chief Science and Technology Officer (CSTO) bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De CSTO speelt in op de kansen en uitdagingen die technologische en wetenschappelijke innovatie met zich meebrengen, onder meer voor de offensieve en defensieve taken van de dienst.

Eerder vervulde Dunnebier verschillende andere functies binnen de AIVD, waaronder die van hoofd Unit Weerbaarheid. Hij heeft daardoor een brede expertise ontwikkeld op het gebied van (cyber)weerbaarheid, inlichtingen, en technologieën zoals AI, quantum en cryptologie. Hij studeerde Toegepaste Wiskunde aan de Universiteit Twente, en Informatie- en Communicatietechnologie aan de Technische Universiteit Eindhoven. Voordat Dunnebier bij de AIVD kwam werken, werkte hij onder meer bij Thales, TNO en Technolution.

Het huidige dreigingsbeeld volgens de AIVD: wat nu te doen?

Woensdag 26 november 
14:00 – 14:35
Parkzaal: Wet- en Weerbaarheid

Tijdens zijn presentatie geeft Dr. Alberto P. Martí een update over het Europese project IPCEI Cloud Infrastructuur en Services (CIS).

Donderdag 27 november 
15:00 – 15:45 uur
Parkzaal: Op weg naar digitale autonomie

René deelt tijdens NBIP NEXT meer over de implementatie van de eEvidence wetgeving die per 18 augustus 2026 van kracht wordt voor internet service providers.

Woensdag 26 november 
15:00 – 15:35 uur
Parkzaal: Track Wet & weerbaarheid

Johan geeft tijdens NBIP NEXT als onderdeel van het DDoS Mitigatietrack een presentatie over hoe je het beste een WAF kan inzetten om layer 7 aanvallen te mitigeren.

Woensdag 26 november 
13:15 – 13:50 uur
Fonteinzaal: Collaborative DDoS mitigation track (ENGLISH)

Dr. Cristina Caffarra is een van de drijvende krachten achter EuroStack. Deze beweging, die het oor heeft van politici en beleidsmakers in Europa, maakt zich zich hard voor meer investeringen in Europese technologie vanuit de gedachte dat dit de enige weg is naar digitale autonomie. Caffarra is mededingingsexpert en kent de wereld van de grote techbedrijven van binnenuit. Ze leverde belangrijke bijdragen aan concurrentieonderzoeken naar fusies en anti-trustzaken voor de Europese Commissie. 

Caffarra neemt geen blad voor de mond en zegt waar het op staat: we moeten aan de slag met elkaar om de Europese digitale autonomie zo snel mogelijk handen en voeten te geven. Op NBIP NEXT deelt ze haar visie tijdens een inspirerende keynote waarna er mogelijkheid is om in discussie te gaan.

Donderdag 27 november 
13:15 – 13:50 uur
Parkzaal: Op weg naar digitale autonomie